Posts tonen met het label blog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label blog. Alle posts tonen

3.26.2011

Sentimental Journey


ons torentje..

Het is ons torentje niet meer. De romantiek is er vanaf. Maar wat hadden we ook verwacht, na bijna 40 jaar? Het is bijzonder dat het er nog staat. Onze geheime ontmoetingsplaats, waar we uren vaag verliefd rondhingen, waar we onze eerste fysieke verkenningen uitvoerden. Ons torentje, met een onduidelijke functie, een stalen deur die nooit openging, antenne op de top, als solitaire uitkijkpost. Eenzaam op een duintop, daar waar het duingebied tussen Scheveningen en Katwijk begint.
Die duintop is nog steeds van twee kanten te benaderen, eenmaal boven kun je rondom het torentje lopen. Het is eigenlijk een vierkant gebouwtje. Speelse locatie waar verliefden verstoppertje kunnen spelen, om zich makkelijk te laten vinden.

Zuidwaarts heb je vanaf het duin uitzicht op Scheveningen dorp, de kustlijn, het Kurhaus, de hotels en appartementen langs de boulevard en, fier in zee, de Pier die al tientallen jaren pootje baadt. Westwaarts strekt de Noordzee zich uit tot de horizon, met verre tankers en vrachtschepen als speelgoedbootjes in een badkuip. Noordwaarts buigt de kustlijn licht links richting Katwijk, dat bij helder weer goed zichtbaar is. Het oostwaartse uitzicht, land in, is rechts geflankeerd door de skyline van Den Haag, vanaf daar naar links de eindeloze duinkammen. Afgewisseld door reflecterend zonlicht van de duinwaterbekkens van het waterwingebied voor Den Haag en omstreken. In de voorgrond de plomp ogende watertoren, als wachter en blikvanger. 

Dat ons torentje destijds ook uitzicht bood op een huwelijk van meer dan 35 jaar, daar hadden we geen benul van. Daar was het onze hormonen ook helemaal niet om te doen. Wel om de vier kinderen die het opleverde.  

glazen tafelblad bij Simonis aan zee
De eerste echte lentedag, in 2011. Een mooie dag voor een sentimental journey. Niet gepland, des te leuker. Het idee borrelde op in de trein, onderweg naar kantoor. Ik besloot de middag vrij-af te nemen; ik had nog een aantal extra compensatie dagen. Bovendien viel er, juist door dat extra gewerk, ook in de thuissituatie wat te compenseren.
‘Jij bent altijd weg. Zelfs als je thuis bent, zie ik je niet. Je zit de hele avond boven!’
Dat klopt, verwijt of niet. Ik heb m'n thuiskantoor verkast naar zolder. Meer ruimte, nu de laatste nazaat het nest verlaten heeft. Mijn verhuizing is niet bepaald een medicijn tegen een ontluikend empty nest syndroom.
' Zo bedoel ik het niet.' zegt zij 's morgens, dunnetjes zwaaiend, als ik wegfiets.
'Maar je hebt wel een punt.'  Denk ik, ongemakkelijk op mijn zadel schuivend.
Vanaf kantoor stuur ik sms-jes en emails: 'Visje eten op Scheveningen?'
Geen reactie, pas als ik op punt sta in onzekerheid te vertrekken, sms-t zij terug. 'Leuk!’
Gelukkig, we zijn nog on 'speaking terms'.

thee/koffie Wassenaarse Slag
Mooi weer om te fietsen, bedenk ik in de trein terug. Fiets huren, door de duinen, onze oude route, naar de Wassenaarse slag.
'Huren?' vraagt zij, 'We kunnen toch onze eigen fietsen op de drager doen?'
En zo parkeren we een uur later op de Pompstationsweg, bijna voor de deur van haar voormalig ouderlijk huis, een van de gevangenisbewaarders woningen.
Een mooi begin van onze sentimentele trip. Het fietsen door de duinen is heerlijk, brengt veel herinneringen boven. Sommige bomen en bankjes staan er nog onveranderd bij, alsof we er gisteren langskwamen. 'En zat dat konijn toen ook niet op die bult?' 
‘Bij de volgende bocht hebben we volgens mij nog eens een middag in een duinpan liggen foezelen.'
'Ja, en dat vond jij maar niks, die buitensport.'

Weet je nog oudje?
 
Met uitzicht op vroeger...

We drinken koffie/thee bij hotel Duinoord, de Wassenaarse Slag, en fietsen dan, wind in de rug, terug naar Scheveningen. Visje eten bij Simonis aan zee, de strandtent, net open voor dit nieuwe seizoen. Maar eerst even langs ons torentje. Na 25 kilometer fietsen, is dat nog een pittig afsluitend colletje, de oprit van het Zwarte Pad. Tegen een frisse wind in klimmen we de duintop op, en ronden het torentje.  

Maar het is ons torentje niet meer. De antieke plantsoen bankjes zijn ingeruild voor betonnen zitelementen; de in de rode bakstenen gekraste namen, en dronken liefdesverklaringen hebben plaats gemaakt voor artistiek verantwoorde graffiti, met een vermoeden van gemeentelijke subsidie, linkse hobby.

En onze jeugd? Die is uitgebot en doorgeschoten tot middelbare status, nog net geen opa  en oma, maar wat scheelt het...

(*) foto's (iPhone) zijn te vergroten met een muisklik

5.30.2010

Palpabel proefkonijn

Van buitenaf zal het een merkwaardig tafereel zijn. Passanten die toevallig even binnen gluren…Of onze streng christelijke overburen die vanaf hun bovenetage toevallig een glimp opvangen van wat zich in onze woonkamer afspeelt. Men zou zomaar denken getuige te zijn van een gevalletje‘incest in uitvoering’.
Want daar sta ik, als vader, ontbloot tot op mijn naakte ego, op mijn C&A slip na, uiteraard met Oranjeband. Middenin de woonkamer, voorovergebogen, zelfs lenig genoeg om met mijn handen mijn tenen te raken. Achter me staat mijn luchtig zomers geklede dochter, jonge vrouw in bloei, die haar zo gestripte vader keurend observeert. Tja…



Andere scène uit dit intieme familiefeestje. Vader rechtop, lichte spreidstand, terwijl dochter hem kennelijk instrueert diverse houdingen aan te nemen. ‘Rondjes draaien met je hoofd… Kin op je borst... Armen gestrekt vooruit, polsen/handen draaien… Heupen links, heupen rechts... Bovenlichaam links buigen, en nu naar rechts… Ik verlang ineens naar dat oude pianodeuntje van de ochtendgymnastiek. (Wie kent het nog?).
Nog een scène:  Vader op de bank, bovenlichaam rechtop, benen gestrekt. Dochter betast vaders borstpartij met twee handen tegelijk, licht druk zettend. ‘Doet het pijn?’ – Nee, maar ik krijg wel jeuk.  ‘Je sleutelbeen zit wel heel hoog.’ – Sorry, kan ik niets aan doen.
Vanaf mijn hoge sleutelbeen betast ze zoekend mijn ribben; die zitten er allemaal, gelukkig. Ook al had ik er tot nu toe ook geen een gemist; een deskundige bevestiging is altijd prettig. 

Deze ribbenkast-tast is een oefening om de positie van mijn hart te bepalen. De bedoeling is dat dochter mijn levenspomp kan bevoelen. ‘Hier zit de punt, dan moet hier…, Nou, ik voel het niet zo goed.’  – Geeft niet, zolang het maar 'klopt'.  (Maar dit is geen moment voor grapjes…)

Dan volgt het luisteronderzoek, met de stethoscoop professioneel om de hals, dopjes in haar oren. Het binnenlichaam maakt veel bijzondere geluiden. Ze drukt het stalen rondje met het luistermembraan op mijn blote huid, ‘Is het koud?’ – Nee, maar ik heb nog steeds jeuk.
Voor de eventuele binnengluurders zal het intussen glashelder zijn dat hier sprake is van leerzaam privaat-medisch onderzoek. Dat gebeurt in het kader van dochters studie geneeskunde, als arts in spe heeft ze regelmatig praktische tentamens en testen, en in de aanloop dienen Pa en Ma als proefkonijn.

Kijken, voelen, luisteren en ondertussen hardop zeggen wat ze doet en wat ze ervan vindt. ‘Typisch mannelijk beharingspatroon’ -  Ja, dat mag ik hopen.
‘Geen belemmering in de gewrichten.’ – Ik ben inderdaad nog behoorlijk lenig :) 
’Hoofd staat mooi recht op de romp’ –  Dat voelt soms wel anders, na een slechte nacht.
‘Je bent niet zo goed palpabel’ -  Ja zeg, nobody is perfect!?  Mooi woord trouwens, ‘palpabel’. Betekent ‘voelbaar, tastbaar’. Dat je met je handen kunt voelen waar een orgaan zit, of niet natuurlijk. Waar afwijkingen zitten. Palpabel onderzoek is kijken met je handen’. Helaas blijkt mijn borstkas(t), want daar gaat het over, niet zo palpabel, waarschijnlijk te ruim voorzien van vet op de ribben, al voel ik me allesbehalve een portie spare-ribs.

Na een half uur kijk- en luisteronderzoek sluit mijn dokter, pardon, dochter, af met een bloeddrukmeting. Stethoscoop in het oor, knelband om mijn linkerarm, luistermembraan op vaders aders, en pompen maar, zij met het blaasbalgje, en ik met mijn hart.
Intussen zie ik langs haar heen op tv een fragment van een politiek debat, toevallig over de oplopende kosten van de zorg. Maar daar maakt zij zich nog niet druk over. Dat doet mijn bloedcirculatie ook niet, want mijn bloeddruk is als van een jonge hond zo gezond: 115/75.
En nu maar hopen dat zij haar tentamen ook goed scoort. Als het aan mij ligt, een 10.
Maar ja, ik ben niet objectief.

Noot: de foto's zijn te vergroten met een muisklik.

11.22.2009

En het woord is...

Breaking News!Stop de persen! (Voor de kraamvrouwen onder de lezers: stop hét persen.) Want het ei is al gelegd. Een zware bevalling, maar het (hoge) woord is over de lippen.
Om precies te zijn: het woord van het jaar 2009.

Van de drie genomineerde woorden viel de keuze niet op: vaccinatieangst, noch op kopvoddentaks - en zelfs niet op de daaraan gekoppelde tweelinginzending ‘postnatale-peroxide-psychose (die overigens buiten mededinging en na de sluitingstermijn is ingezonden, maar toch..)

Nee, de jury van het taalgenootschap Onze Taal viel únaniem voor …..tromgeroffel…… TWITTEREN ! Zegt het, Nee, Twittert het voort! Twitteren is het Woord. En het woord is twitteren. Je zou er bijna van gaan preken, maar dat is een ander taalkundig fenomeen, bovendien het tegenovergestelde van twitteren. Want zo kort een twitterbericht moet en/of mag zijn – maximaal 160 tekens/letters, zo oeverloos kan een beetje serieuze preek aanhouden. Daar trek je vandaag de dag geen volle kerken mee. Misschien moest de dominee ook maar eens gaan twitteren: de Reli-Twitter, maar dat terzijde.

Twitteren dus, het rondstrooien van korte berichtjes via een twitteraccount op Internet. Die tweets, want zo noemen we een twitter-bericht, zijn bedoeld voor de zogenaamde volgers, mensen die kennelijk graag op de hoogte blijven van het doen en laten van de twitteraar in kwestie. (Bij een reli-twitters wordt dat natuurlijk volgelingen.)
En wat zijn die twitterberichten dan? Dat kan van alles zijn: van ego-gerichte bespiegelingen
‘‘Kom net uit bed. Ga me scheren. Shit! Scheerzeep op. Ga weer naar bed, wordt niks vandaag.’ Tot boodschappen die er toe doen, en niet alleen voor volgers, zoals de berichtgeving tijdens de verkiezingsrellen in Iran.

Maar lang niet iedereen is overtuigd van het twitteren. Zo was het eerst ook met MSN, Hyves, LinkedIn en Internet in het algemeen. (Vorige eeuw). Maar nu lijkt de wereld niet meer zonder deze digitale sociale netwerken te kunnen. En bijna iedereen speelt het spel mee. Zelfs ik, als notoire kat-uit-de-boom kijker heb me aangemeld bij LinkedIN. En ik moet zeggen, het is wel grappig. Krijg ik ineens allerlei mailtjes van oude en/of vage bekenden die (weer) met mij willen connecten, en onze netwerken te delen. Is wel leuk. (Ik noem het informeel ‘LeukedIn’. Ik ben nu eenmaal altijd bezig met taal.)

Maar twitteren doe ik (nog) niet. Heb wel al een paar test-twitters geschreven, al lopende in de stad Utrecht, tijdens mijn wandel-woon-werk verkeer van het station naar de Malibaan. De U-twitters: observaties, gedachtenflitsen, filosofisch-poetisch getinte spinsels. Voorbeeldje:

U Twitter, 25 mei. 08.42 uur, Biltstraat
Korte man, in korte broek, op steeds kortere afstand. Onze blikken ontmoeten. We uiten een korte groet.‘Goedemorgen!’. Hij klinkt als een vrolijke sopraan. Korte man met korte stembanden.’

Of er iemand op dat moment zat te wachten op deze observatie? In elk geval heeft niemand het gemist. Maar goed, twitteren is woord van het jaar 2009. Het geeft aan dat taal altijd meebeweegt met de ontwikkelingen in de samenleving. Het getwitter grijpt om zich heen. Waarbij twitteren zelf voor mijn gevoel staat voor de steeds verdere verdichting, maar ook fragmentering, van onze communicatie.

Bent u er nog? Volg mij!