1.25.2009

De Botervloot Depressie (1960)


Iedereen heeft wel eens gehoord over de grote depressie van de jaren’30, begin vorige eeuw. Die periode staat weer in de belangstelling, nu de geschiedenis zich herhaalt; ook vandaag is er een forse dip, die de geschiedenis zeker zal halen.
Maar soms is een depressie zo klein en zo lokaal dat het iedereen ontgaat. Terwijl de impact voor de direct betrokkenen verwoestend kan zijn. Zoals de Botervloot Depressie, die niemand kent, maar ik heb het aan den lijve meegemaakt. De Botervloot Depressie was kort en hevig, en speelde begin jaren ’60, in de Maaswijkstraat te Scheveningen, in het huis waar ik opgroeide.

De micro-economie van ons gezin – Vader, Moeder, drie bloedjes van kinderen – draaide grotendeels op de arbeidsinzet van Vader. Dat leverde hem wekelijks een loonzakje op. Een echt zakje, formaat ansichtkaart, van knisperend bruin papier. Daarin het loonbriefje met gewerkte uren en het bedrag dat de baas er voor over had, nauwkeurig afgeteld, geen cent teveel. Het gaat over bedragen in de grootte van 67 gulden en 24 cent, daaromtrent.
Bij thuiskomst droeg Vader het loonzakje meteen over aan Moeder. Zij bewaarde het op een vaste plaats in de servieskast, verstopt in een tweedelige porseleinen botervloot, met deksel. Die botervloot maakte deel uit van een vrolijk huwelijksservies met bloemetjesdessin, jaren ’50. Met het loonzakje kon Moeder krap een week huishouden financieren. Dat was dan inclusief kortlopende schulden bij de middenstand in onze straat, zoals de Slager op de hoek en de Sierkan (melk, kaas e.d.) aan de overkant. Naarmate de week vorderde, moesten we de boodschapjes vaker laten opschrijven. De week duurde meestal langer dan het loonzakje.


Als kind had je geen benul van hun sappelend bestaan, dat is een compliment voor mijn ouders. Maar Moeder moet vaak smachtend hebben uitgekeken naar het nieuwe loonzakje. Kon ze de nijpendste schulden voldoen en vol goede moed proberen om de nieuwe week nog beter op de kleintjes te letten. Zo balanceerde onze micro-economie wankelend voort. Maar op een dag, eind jaren ’60, gebeurde het.

Na een verjaardagspartijtje thuis – met veel vriendjes over de vloer, want gezellig was het wel – wilde Moeder nog even een boodschapje doen. Zij wilde het verse loonzakje aanbreken. Als gezegd: ik had geen besef van het gesappel. Maar de reactie van Moeder, toen, deed me vrezen dat het einde der tijden nabij was. Asgrauw, lijkwit, pimpelpaars en volkomen overstuur staarde zij vol afgrijzen naar de botervloot in haar handen: Paniek! Stop de persen. Sluit de deuren! Bewaak de grenzen! ‘Waar is het loonzakje !!?’ Weg, zoek, verdwenen…. Uren verstreken. Vader en Moeder zochten honderd keer de hele servieskast door, het hele huis, kelder, klerenkast, toilet. Maar het loonzakje bleef weg. Net als hun de nachtrust waarschijnlijk..

De volgende ochtend kwam Oma op de koffie en trof haar dochter in een failliete stemming. Oma hoorde het verhaal aan, leefde mee, bood hulp, geld lenen? al had ze zelf nauwelijks iets te makken. Maar ze begreep niet hoe zoiets kon. ‘Waar lag het dan? In die mooie botervloot?’ Ze stond voor de servieskast alsof ze het gebied positief wilde instralen. ‘Deze?’ ze pakte de gebloemde botervloot. ‘Heb je echt goed gekeken?’ Ze tilde het deksel op, maar zag slechts de bodem van onze schatkist. Terwijl ze de botervloot weer wilde afdekken, stokte haar beweging, haar blik gefixeerd op het deksel dat nu omgekeerd in haar hand lag. ‘Kijk eens!’, zei ze, eerst zachtjes, verbaasd. ‘Kijk nou eens!!’ En nu brak in haar stem de zon door! Moeder keek vermoeid op van haar lauwe koffie, die niet wilde smaken. Ze volgde oma’s blik, en verstarde toen in een uitdrukking vol ongeloof. In de binnenkant van het deksel geklemd, lachte vaders loonzakje haar toe. Het wat stugge papier had zich kennelijk vastgezet in de holte van het porselein.
En zo – door even rustig te kijken - loste Oma de Botervloot Depressie van de jaren ’60 op. Het bleef onopgemerkt, een Nobel-prijs zat er nooit in. Maar een mooi verhaal is het wel, achteraf.

Onlangs, ruim 40 jaar later, kwam de bewuste botervloot weer tevoorschijn uit een vergeten hoekje, altijd meeverhuisd. En dat bracht ook het verhaal van het verdwenen loonzakje weer terug, en de korte maar heftige Botervloot Depressie.

Ik moest ineens denken aan al die bankdirecteuren, beursgoeroes, termijn speculanten en andere graaigrage loonzakken. Misschien moesten die nog eens een keer goed rondneuzen in hun failliete boedel. Allicht vinden ze nog een vergeten botervloot met verrassende inhoud. Maar: boter zal het niet zijn, want dat hebben ze al die jaren met royale hand op hun hoofd gesmeerd.

1.01.2009

Beste mensen Oud & Nieuw



De beste mensen !

Voor het eerst sinds zeker 35 jaar beleefde ik een alcoholvrije jaarwisseling. Bovendien in een voor mij ongebruikelijke setting: een zorgcentrum, waar zo’n 120 mensen zijn toevertrouwd aan de professionele zorg van toegewijde zorgkundigen. Zoals mijn eega. En zij had voor het eerst in haar ruim 40 jaar tellende zorgloopbaan nachtdienst tijdens Oud & Nieuw. Het moest er een keer van komen. Tja, en wat doe je dan met je man? Of: Paps wat ga jij dan doen? Waar ga jij dan naar toe?Je blijft toch niet alleen thuiszitten hé, dat mag niet, hoor?! Aldus het bezorgde thuisfront.

Toevallig kampte ik al van voor de Kerstdagen met een hardnekkige verkoudheid met grieppotentie, een toestand die mij alle lust en fut ontnam om überhaupt te willen denken aan volle kamers met hossende mensen in een geurencocktail van oliebollenwalm, frituurlucht en (te) ruim geschonken alcohol. Ik was er nooit vies van, eerlijk is eerlijk, maar nu vond ik de gedachte allesbehalve feestelijk. Dus laat mij maar, ik vermaak me prima. Bovendien ben ik nauwelijks alleen want eega gaat pas om half 11 naar het werk, en dan komt Youp op tv, zie ik die ook weer eens een keer. En trouwens, weet je wat, ik stap om kwart voor twaalf op de fiets en ga even een kijkje nemen in het zorgcentrum, bij het nachtzusterteam. Ik verklaar me solidair. Maak ik dat ook eens mee. Dus eh, komt helemaal goed.

En zo kon het gebeuren, dat ik even na half twaalf de deur achter mij dichttrok en gewapend met mijn fototoestel en een zakje zelfgebakken oliebollen naar het zorgcentrum fietste. Drie minuten fietsen door de wijk, waar op diverse plaatsen het vuurwerk al behoorlijk warmdraaide. Ik moest zelfs met enige behendigheid een laagvliegende striker ontwijken. De knal piepte nog na in mijn rechteroor toen ik mijn fiets de hoofdingang van het zorgcentrum binnenreed.
Mijn eega – in wit werk tenue - stond mij al op te wachten. Toch apart; je weet hoe een zuster er uitziet, je weet hoe een zorgbieder eruit ziet, je weet hoe je vrouw eruit ziet. Maar nu ik de combinatie in vol ornaat tegenover me zie in haar natuurlijke werkbiotoop, moet ik even schakelen.
Bewondering, dat is de emotie die spontaan opborrelt, gevoel van trots ook, dat zij dit toch al weer 40 jaar doet: iets betekenen voor de zorgbehoevende medemens. Dat zouden er meer moeten doen, zeker die chagrijnige 50-tiger, die vlak achter mij naar binnen kwam, zijn bejaarde moeder in een rolstoel voor zich uitduwend met de onmiskenbare uitstraling van: even inleveren, net voor de jaarwisseling. Hij maakte in het voorbijgaan een onduidelijke, maar duidelijk pissige opmerking richting mijn vrouw, alsof zij de rode loper voor hem had moet uitrollen. ‘Dank voor het openen van de deur’ – ‘hoe bedoelt u?” vroeg zij niet begrijpend - ‘Ja, denkt u daar maar eens over na!’ – Welnu, dat deden we, maar we kwamen er niet uit, wat de (gereformeerder ?) azijnpisser in de verste verte kon bedoelen. Het mocht de pret niet drukken.

De algemene woonkamer op de 4e etage bood een fantastisch uitzicht op het vuurwerk dat zich het eerste uur van 2009 boven de binnenstad voltrok. Het jaar van de verdiepende crisis zette stijlvol in met een totaal zinloze verspilling van 65 miljoen euro. Maar wel mooi, en vanuit onze verduisterde skybox, genoot ik er meer van dan al die jaren met zelf afgestoken vuurwerk op het stoepje voor de deur. Waarbij je met je hoofd op de stoep vooral zit op te letten of het lontje wel vlam vat. Wat er boven je hoofd gebeurt, zie je niet. Nu zag ik des te meer: Less is More.

Met regelmaat ging de pieper van mijn vrouw; de bewoners waren langer wakker gebleven dan normaal. Ook de oudste bewoner, 100, een eeuw, was nog wakker..
Maar nu, ruim na twaalven, wilden ze wel naar bed. Zuster. Komt u even?
En ik had de skybox helemaal voor mij alleen.
Of het door mijn nog altijd nasmeulende griep/verkoudheid kwam, het zou kunnen. Maar er bekroop me een vreemd en tegelijkertijd vertrouwd gevoel. Een soort thuis voelen, alsof ik ineens 40 jaar verder in de tijd was, en hier al een jaar of tien woonde. En ik vond het niet vervelend. Ik werd echt moe, moest maar eens naar bed. En half voor de grap, drukte ik op mijn denkbeeldige zoemer. Zuster? Op dat moment hoorde ik de liftdeur in de gang, voetstappen op het nachtelijke linoleum..

Een zuster, mijn vrouw, kwam binnen. We dronken nog een kopje thee op het nieuwe jaar. Daarna liet ze me uit. Ik keek nog even om, en zwaaide naar de nachtzuster achter het glas. En fietste de nacht in, die rook naar zwavel en verbrandde bankbiljetten. Thuis wachtte de hond mij enthousiast op. Eigen Huis, Eigen bedje. Alleen, maar niet eenzaam. Nu die griep er nog uit...

10.19.2008

Gevallen Banken

Crisis? What Crisis!?

Aldus een Amerikaanse slogan, die vanuit een onverbeterlijk optimisme elk probleem wegwuift. Ondertussen struikel je op televisie en in de kranten over de omgevallen banken, verzekeraars en andere arrogante instellingen. De miljarden vliegen je om de oren als herfstbladeren in een forse najaarsstorm.

De bomen die tot in de hemel leken te groeien, wankelen op hun wortels. De verantwoordelijke eikels klemmen zich verkrampt vast aan de zwiepende takken. Maar zie: ze vallen, de eikels!

Storm? What Storm?! Zeg maar orkaan! Eentje van de hoogste categorie, een 5 dus. Volgens goed gebruik moet deze orkaan een naam hebben. Die ligt voor de hand: we noemen haar ‘Greedy’. En voor degenen die hun vreemde talen niet zo machtig zijn: ‘Greedy’ staat voor HEBZUCHT. Met hoofdletters inderdaad. Klinkt als een ziekte, en dat is het ook, en niet de minst gevaarlijke. Hebzucht past naadloos in een rijtje onaangename aandoeningen: geelzucht, vetzucht, vraatzucht, drankzucht, bedilzucht, bemoeizucht, machtzucht, sensatiezucht.


Wilt u even diep zuchten, vraagt de arts, en de berooide patiënt slaakt een roestig rochelend geluid.

Tja, zegt de arts, dat dacht ik al. Klinkt niet geweldig. Ik vrees dat de afweer van uw hypotheek is aangevreten. Er zit valse lucht in. Eerlijk gezegd, vermoed ik dat ook uw pensioen is aangetast.

Hoe het verder met u moet? Daar doe ik geen voorspelling over, spijt me. In het verleden betaalde premies zijn geen garantie voor een comfortabele oude dag.

De patiënt sleept zich naar huis, schrikt van het bordje ‘Te Koop’. In zijn tuin!? Nee, het is bij de buren. Maar wel een veeg teken.

Binnen installeert hij zich languit op zijn toch wel gammele houten 3-zitsbank. De TV brengt het laatste nieuws over Greedy, die een spoor van verwoesting achterlaat. En niet alleen op Wall Street. En dan, alsof het zo moet zijn, valt zijn houten bank zacht krakend in slowmotion uit elkaar. Het moet niet gekker worden.

9.09.2008

Teek it, or leave me...


Onlangs liep mijn zelfvertrouwen een forse deuk op. Ik blijk niet of nauwelijks te voldoen aan het beeld van ‘De ideale man’. Ik scoor slecht op de belangrijkste punten die – volgens recent onderzoek onder vrouwen – bepalen of je wel of niet meetelt als man.

Stoere kaaklijn? Nou, niet echt. Meer een spits kinnetje.
Brede schouders? Niet zonder de vullingen in de colbertjes die ik trouwens zelden draag.
Stoer gestoppeld? Bij mij niet meer dan wat vlasserig grijs achterstallig scheeronderhoud.
Strak gespierde borstpartij? Helaas. Mijn Cup B waardige aanzet, onttrekt mijn mogelijke spierbundels aan het zicht. Dat geldt zeker voor het volgroeide perceel kroelig borsthaar. En juist dát beschouwde ik eerlijk gezegd als een trots symbool van mijn man-zijn. Maar helaas: ook borsthaar vinden dames niet echt jofel. De borst moet glad en bloot.Laat ik mijn hemd maar permanent om het lijf houden. Want de eventueel met kroelende vingers te volgen boswandeling door mijn borsthaar-aanplant loopt naadloos voort op mijn rug. Daar is sinds mijn geboorte nooit in gesnoeid. Het idee kwam nooit in mij op, ik had er ook geen zicht op...
Nu ik toch aan afvinken ben: mijn lengtematen – als geheel en op details – zijn ook niet overtuigend. Daarbij heb ik geen bronstig zware mannenstem, ik praat meestal te zacht en te hoog.
En toch, en toch, kijken vrouwen naar mij. Maar nu begrijp ik dat ze dat waarschijnlijk om precies de tegenovergestelde reden doen, dan ik ijdel dacht. Geen lustobject, maar bezienswaardigheid, zoals de menselijke creaturen die in de Middeleeuwen in het rariteitenkabinet bekeken werden. De man zonder oren, de vrouw met 12 vingers, het manwijf met 7 tepels, en andere SBS 6 waardige realityshow-creaturen.

Is het echt zo erg met mij gesteld? Ach, ja, nou, nee. Het schijnt dat ik mooie blauwe ogen heb. En humor. En – zeker weten – mooie kinderen. En dat hebben ze van hun moeder die het al decennia met mij uithoudt. Omdat zij net zo min als ik representatief ben voor dat onderzoek. Zij hanteert andere eisen, andere criteria. Neemt me zoals ik ben.

Daarbij had ik van de week de ervaring dat ik voor sommige partijen zelfs letterlijk om op te vreten ben. Een vaag gekriebel op mijn kuit, werd ineens een pijnlijke sensatie. Ik ontdekte een klein zwart schepsel dat druk bezig was om zich in mijn kuit-huid te boren. Een teek! (Ik loop dagelijks met de hond door het park…) Het kostte ruim 20 minuten om een eind te maken aan deze ongewenste intimiteit! Het lukte gelukkig om die takketeek te verwijderen, in drie delen, maar inclusief dat gruwel-kopje. Dat heb ik nog eens even goed bekeken onder de leesloep. En juist die confrontatie oog in oog gaf deed mijn zelfvertrouwen weer een beetje goed. Want zó lelijk!? Nee, dat ben ik zelfs niet.

En terwijl ik beestje in drie delen door de wc spoelde, dacht ik: ‘Teek it. Or Leave me.’
Geen idee wat ik er mee bedoelde. Maar het klinkt wel leuk…

6.29.2008

Vleespet

De enorme zeggingskracht van taal openbaart zich soms in één enkel woord. Zodra je het hoort, brandt het een beeld op je netvlies dat nooit meer loslaat. En meer dan het beeld alleen, roept het woord ook heftige fysieke gevoelens op. Aangenaam of onaangenaam, afhankelijk van het thema.

Het overkwam me onlangs toen ik mijn zoon van het station haalde. Op weg naar huis passeerden we een fietser van onmiskenbaar middelbare leeftijd. Deze wilde echter via zijn kapsel laten weten dat hij zich stukken jonger voelde. Zijn half lange haar golfde in jeugdige manen tot over zijn kunstmatig brede schouders. Helaas voor deze 'Would be Adonis', was zijn middelbare haar niet lang genoeg om ook de bovenkant van zijn schedel te bedekken. Anders gezegd, de scherp getrokkenhaargrens liep op slaaphoogte. Daarboven verrees een volstrekt gladde en glimmende schedel, als was het de besneeuwde Mount Everest nog even oplichtend in de ondergaande zon.

‘Kijk, die man is boven zijn haar uitgegroeid!’ Borrelde een oude grap uit mijn lang vervlogen studententijd boven.

Studenten van deze tijd hanteren een andere humor, althans als ik afga ophet commentaar van mijn zoon:

‘Dat is een vleespet!’

Vleespet. Ik kende het woord niet. Maar het beeld kwam in één keer door. Die man heeft een vleespet op zijn hoofd. Een pet van vlees. Die heeft hij vanmorgen opgezet, toen hij opstond. Voor de spiegel, even rechtzetten, zorgen dat de randen goed aansluiten, geen lapjes onderhuids weefsel over je slaap laten hangen.

Een vleespet?! Waar koop je zo’n ding? Waar laat je het als je hem ’s avonds weer afzet? Aan de kapstok? In de diepvries? En hoe zorg je ervoor dat je hond er niet mee vandoor gaat!?

Vleespet! Het woord echode nog uren door mijn gehoorgang. Ik controleerde, voor de spiegel, zelfs of het woord ook al van toepassing is voor mijn gestaag uitdunnende hoofdbegroeiing.

Mwah... Goed met een beetje kwade wil is er een verdacht plekje aanwijsbaar. Een beginnend vleespetje, vleespetje in de kiem. Maar je moet goed kijken, en er zijn interessantere tv programma's.

Maar goed. Als woord heeft de Vleespet, zich stevig genesteld in mijn woordenschat. Het zal me regelmatig te binnen schieten. Van invloed zijn op mijn waarneming van de buitenwereld. Ook tijdens het eten.
Want een lapje kipfilet of een varkens medaillonnetje op mijn bord bezie ik voortaan toch anders.

Aan de andere kant: een gerecht als ‘Kip in de Hoed’ smaakt er niet minder om.

Hoe dan ook. De beeldkracht van taal is onbeperkt: petje af!

------------------

4.12.2008

Bart(C)ode - 54-54-54


Bart©ode: 54 - 54 – 54

54-54-54: een prikkelende code, voor mij persoonlijk, sinds kort en beperkt houdbaar. Ik kwam op deze aardkloot op de 5e dag van de 4e maand in 1954. Dus op 5 april 2008 tikte ik jaargang 54 aan van mijn bestaan: vandaar: 54-54-54, als Bar(t)Code.

54, mooie leeftijd? ‘Je bent op de helft Pa?!’ Oh ja? Dan zou ik dus 108 moeten worden?! Eerlijk gezegd, voel ik me af en toe al 108…, maar dit terzijde. Terug naar het nu: 54.

De helft? Daar hoort dan in elk geval een mid-life crisis bij, op zijn minst de symptomen. Zoals – bijvoorbeeld - de wens om een jaar lang te wandelen, desnoods die afgezaagde pelgrimstocht naar Santiago de Compastelle in Spanje. Of steile wand klimmen in de Ardennen, waarbij je het abseilen er gratis bij krijgt. En maar hopen dat een wulpse, rondborstige Belgische Bon Bon je beneden opvangt. Of een motor kopen (maar geen rijbewijs) en als een would be hells angel rondploffen.

Niet dus, weinig symptomen. Of het zou moeten zijn de aanschaf van een PT Cruiser, het retro-model van Chrysler, you love it, or hate it. We rijden er alweer vier jaar in, trouwens. Kort geleden hoorde ik de bijnaam die deze auto heeft verworven:. ‘MidLife Chrysler’. Had ik die Volvo dan toch moeten houden…?

Maar goed, de mid-life ervaring zelf. Tja, er gebeurt wel wat.
Het is toch alsof je op je pad door het grote levensbos onverwacht op een open plek stuit met een uitkijktoren. In trance klim je naar het bovenste platform en daar heb je tot je stomme verbazing een helikopterview op je leven tot nu toe. Sterker nog, je ziet zelfs de vage contouren van dat deel dat nog voor je ligt.

Maar eerst de terugblik.
Je evalueert de tocht tot zover: waar kom je vandaan, wat heb je tot nu toe bereikt, waar kun je trots op zijn, een waarop vooral niet. Oeps! Dat valt niet mee. Er ligt veel rommel langs het pad, dat, zie je nu, nogal zwalkt. Herkenbaar aan een spoor van versleten en/of vergeten idealen, verlepte dromen, achterhaalde verwachtingen e.d. Maar vooral valt op hoe het pad wordt overwoekerd door een wildgroei van zinloze frustraties, ongegronde jaloezieën, opgekropte spijt en ander mentaal onkruid. Allemaal erg contraproductief, klopt, maar als men je zo graag een mid-life crisis toedicht, dan moet het ook maar voluit. Ondertussen jeukt het leven soms behoorlijk.

Krijg je van die leuke boekjes op je 54e verjaardag, ‘Oude dingen die voorbij gaan’, gedichtjes over vergankelijkheid, nog grappig ook. Net als de cartoons van Peter van Straaten - Hoezo oud? Treffende, rake situaties, waarvoor dank. Maar meteen dat gevoel, ‘waarom heb ik zoiets niet gemaakt. Dat is misschien wel de kern van de jeuk: het gevoel iets te moeten doen, een taak, een missie, een roeping, iets wat ik nog niet gedaan heb. Zingeving. Het geheim van mijn bestaan. The Secret? Iets waardoor alles wat meer op zijn plaats valt.

Het wordt ook wel tijd; je want je hebt steeds minder toekomst als 50 plusser. Maar ja, wat dan?! Wat is ‘iets zinnigs, iets nuttigs’? Wat is iets wat ik zou kunnen (of willen) doen? Natuurlijk er kan zo veel, maar ik kan niet kiezen. Had ik een ander beroep moeten kiezen?

Fysio bijvoorbeeld! Vanmorgen zoon J. naar fysio gebracht. Hij kreeg vorige week een nieuwe kruisband, nou ja, nieuw? Ze schaven een lapje van je eigen hamstring af, dat bouwen ze om tot kruisband, stevig vastgezet met een kunststof-schroef in je gebeente. En sterk spul hoor, want ze sjorren met volle kracht aan je onderbeen, om te controleren of ie echt houdt. Daarna een half jaar revalideren onder begeleiding van een fysiotherapeut. Vanmorgen de eerste sessie. Ik mocht mee naar binnen en de activiteiten van nabij aanschouwen. Als fysiotherapeut doe je wat zinnigs, je betekent iets voor mensen. En terwijl ik dat denk, verwijt ik mezelf meteen: ‘Waarom ben ik dat dan niet gaan doen?!’ In plaats van Nederlands studeren, gedichtjes/liedjes schrijven (over neuzenpulleken bijvoorbeeld – zie filmpje op You Tube: http://nl.youtube.com/watch?v=hhOov8Uk68U ). En dan jaren met het waanbeeld rondlopen dat – ooit – Carré aan mijn voeten zou liggen. Ik was immers ‘De nieuwe Toon’, de ‘Ivo van de jaren ’90.’ (zoals ‘de pers’ schreef nadat we het Leidsch Cabaret Festival hadden gewonnen (1979). En ik maar denken dat het vanaf dan vanzelf zou gebeuren. Mooi niet,..

Nee dan, fysio. Of arts, chirurg. Ik zou een goede zijn, roep ik wel eens. Medische kwesties hebben mijn warme belangstelling. Zeker sinds ik er voor mijn werk – pr/communicatie – wel eens over schrijf. Ik heb er feeling voor, medicijnen, houd ik me zelf voor, als een orthopeed me uitlegt hoe je een kunstheup in monteert. Maar ja, dat denk ik ook als ik een week later in een slachterij zie hoe ze een high-lander van 500 kilo versnijden tot een legpuzzel van 5000 stukjes kwaliteitsvlees. Of als ik een bevlogen kaasspecialiste in Noord-Holland interview over haar passie voor de kleine kaasboer. Of als ik een pakkende brief opstel over uitvaartverzorging en nazorg. Of een website verzorg voor een elektrotechnisch bedrijf. Ik heb overal wel feeling voor, maar doe er niets mee, behalve dan erover schrijven (en fotograferen).

Zeker, een beroep. Maar of het ook een roeping is? Ach, dat zijn zo van die vragen, die je na 30 jaar jezelf stelt, , terwijl je bovenop die uitkijktoren staat. Ik draai me om, en kijk naar het pad dat voor me ligt. Het zicht is beperkt door flarden mid-life nevels die hardnekkig over het bos hangen. We moesten maar eens verder … Op naar de 55. En verder, op naar de kleinkinderen, de rollatorkampioenschappen. En verder

Al bestaat er geen Tom-Tom voor de toekomst, misschien wel beter zo. Maar het jeukt wel.



1.10.2008

Donor Auto

Aan alles komt een eind..

...ook aan het rijdend houden van onze oude Volvo 240 GL. Voor veel mensen staat ‘de 240’ voor het platonische oermodel van de automobiel, de oer-auto zeg maar. Op 4 januari 1991 kwam de rode Volvo in ons leven, op die datum is het kenteken op onze naam gezet. Nieuw gekocht voor de duidelijkheid. In een vlaag van verstandsvernauwing á 55.000,- gulden! Maar ik wilde er wel minstens tien jaar mee doen. Dat is gelukt; het zijn er zeventien geworden: exact. Want op 4 januari 2008 heb ik de Volvo over laten schrijven naar de nieuwe eigenaar. Toch een emo-momentje.

De vraag is of de Volvo óns 17 jaar trouw is gebleven, of wij de Volvo? Zo’n relatie ligt toch gevoelig. We hebben ruim 385.000 kilometers lief & leed gedeeld (bijna 10 x de evenaar rond!). En veel meer lief dan leed….

Goed, het is maar een auto. Een stuk blik, en nu is het blik stuk. Maar je blikt auto-matisch toch even terug. Het overkomt je. Het overkwam me tijdens die paar tellen dat onze (ex)Volvo, deinend op zijn bejaarde vering, de laatste keer onze straat uit reed, de bocht om, ons leven uit. Net zoals je in de laatste seconde voor je sterft, de film van je leven schijnt te zien. Zo zag ik flarden uit die 17 jaar Volvo lief & leed voorbij flitsen.

…Tijd voor de flashbacks…

1991. De verbazing op de gezichten van mijn drie zoontjes (destijds 11, 9 en 5 jaar !) toen ik met de nieuwe Volvo thuiskwam. ‘Is dat ónze auto? Echt? Wooooowww!’ Het moet een enorme indruk hebben gemaakt. De trotse blik van mijn ouders. De jaloerse blik van de buurman. De vragende blik van anderen: waar doet ie het van? (Postbank krediet!)

Een half jaar later: de geboorte van onze dochter, nee, niet in de Volvo. Maar ze is ermee opgegroeid en gewend aan het luxe vervoer per Volvo. Vooralsnog slaat ze zich er goed door.

Een chronologische terugblik is niet te doen. Het geheugen zapt willekeurig door de zich spontaan aandienende hoogte- en dieptepunten. De zomervakanties met de Volvo als trekker voor onze nog oudere Alpen Kreuzer. Die trok hij probleemloos de Alpen over, de Pyreneeën op, camping op en camping af. De Volvo vormde een perfecte één-twee met de vouwwagen, de combinatie lag als een blok op de weg. Je vergat dat je een aanhanger had, je reed dus makkelijk hard, te hard. We hebben wel eens 170 km p/u geklokt ergens op een Franse tolweg. Riskant? Ja Natuurlijk! Maar wel kicken!

De uren die we in de auto geslapen hebben, wegsoezend op het gelijkmatige geronk van de motor. We reden meestal ‘nachts naar Frankrijk, ideaal…

Voor al uw personen - en goederenvervoer!
Wat er allemaal niet in die laadruimte paste, al dan niet met een neergeklapte achterbank?! Hele inboedels, banken, stoelen (zelfs een bakbeest van De Bouvrie), boekenkasten, ijskasten, wasmachines, compléte studentenkamers. En geen lift nodig, want met een plank op de railroofs als ondergrond, schuif je staand op de auto de spullen moeiteloos op één hoog het veel te dure studentenhok in…

Toen de kids kleiner waren, paste een voltallig voetbalteam met tien pupillen van 9 á 10 jaar, er met gemak in, inclusief tassen en ballen. Ook de groot gegroeide F-jes - mannen dus - reden dit seizoen nog met z’n vijven makkelijk mee. En met regelmaat namen de kids namen de auto zelf mee, tot en met verre surfvakanties, in Spanje aan toe, de surfplanken probleemloos achterin.

Talloze malen bracht ik met de Volvo familieleden en kennissen na een bezoek weer thuis. Oude oma’s en tantes, ooms en noem maar op, even van Gouda naar Scheveningen taxiën. Met liefde. En met veel plezier.

Zoals die keer dat mijn vader zich als vitale 70-plusser soepel in de kofferbak nestelde En de hele weg door gezellig kletsen, mede dankzij het spraakwater (30%) dat hij zich eerder goed had laten smaken.
Een foto waard. Waarom niet?

Veilig in de Volvo

Al hebben we wel eens benarde momenten meegemaakt. Bijna aanrijdingen, een echte aanrijding. Letterlijk de mist in, met de deur open om de strepen op de weg te kunnen zien.
Of ijs en sneeu
w. Ik was een keer naar Sneek gereden waar het inmiddels spekglad was van de ijzel. Stapvoets reed ik de bestemmingstraat in, stond op gegeven moment stil midden op een kruising. Dat plekje bleek het hoogste punt van het wegdek. Rijden was dan niet mogelijk. Maar glijden wel, want tergend langzaam kwam de Volvo in beweging, zijwaarts glijdend naar de stoeprand, richting twee geparkeerde auto’s, shit! Maar ik kon niets doen, niet sturen, niet remmen. Het ging in slowmotion. Ik durfde niet te kijken, maar deed het toch. En zie, het wonder geschiedde, de Volvo schoof precies op de lege plek tussen die twee auto’s in, en ik stond feilloos geparkeerd. Niet te filmen! En toen ik opgelucht uitstapte, gleed ik ongenadig hard onderuit op de ijslaag (niet lachen!)

Steeds ouder werd de Volvo. En met de ouderdom, inderdaad, kwamen ook de gebreken. Met name een van de bekende Volvo euvelen deed zich een paar jaar geleden erg veel voor: storingen in het elektrisch circuit. We hebben regelmatig een beroep gedaan op de wegenwacht wegens een niet startende Volvo. En altijd viel het mee, een verdeler, een ditje of een datje. En je kon weer verder.

Evengoed vervelend. Zeker als het gebeurt op momenten dat een van de zoons erin reed - ze hebben er trouwens alle drie in leren rijden, dat is zeker waar, ter voorbereiding op de officiële rijlessen. Of het echt geholpen heeft, weet je niet. Maar het was wel altijd zo’n vader-zoon moment. En maar hopen dat het goed ging. Gelukkig hebben ze de echte bliksschades bewaard tot ze officieel het rijbewijs hadden. En ze zijn alle drie aan de beurt geweest.

Maar goed, die storingen dus. Ik ben wel eens op een zondagmiddag naar Brabant gereisd, omdat zoonlief daar stond met een geheel leeg gestarte Volvo. Ik heb uren staan wachten op een tochtige parkeerplaats; uiteindelijk is de Volvo naar een garage in Oss gesleept, waar ik een vervangende auto meekreeg. Twee dagen later kon ik weer naar Brabant om de leenwagen om te ruilen voor de gerepareerde Volvo. Nou ja gerepareerd? Een los zittende zekering!!! Had zoonlief er even aan gedraaid !?... Nou ja, niet omzien in spijt.

Serieuze ongelukken?
Dus niet. Wel blikschade: een te scherp bochtje in de parkeergarage, een te laag paaltje bij het winkelcentrum, een blinde hoek, één keer door een laagstaande zon een kop-staart contact bij een stoplicht: Staat ie op rood? Of groen? Rood, groen? Dan zit je voor je het weet met je grill op de trekhaak van de voorganger. We hebben alle schades altijd volwaardig laten herstellen.

De laatste jaren was de Volvo in onderhoud bij een kenner/monteur bij onze APK garage. Dat kwam de betrouwbaarheid zeer ten goede. Hij reed weer prima. Des te onverwachter het bericht eind vorig jaar, dat de Volvo de nieuwe APK niet doorkwam. Tenzij we 700 euro wilden investeren om enkele urgente pijnpunten op te lossen. Maar ja, dan weet je natuurlijk niet wat er verder nog aankomt. En het komt nooit alleen, zeggen ze wel eens. Daarbij de auto is toch 17 jaar oud.

Na enkele weken wikken en wegen hebben we de knoop (in de maag) doorgehakt. We nemen afscheid van de Volvo, we hebben geen tweede auto nodig. Want die status had de Volvo de laatste vier jaar, sinds de aanschaf van een PT Cruiser namens ‘de zaak’. De Volvo was feitelijk voor de kids, en die hebben daar dan ook naar hartelust gebruik van gemaakt. Vriendinnetjes wegbrengen, fiets achterin, want het kon wel eens gaan regenen, bioscoopje in Scheveningen, en vakanties in binnen- en buitenland. We krijgen nog elk jaar een nieuwjaarskaart van een Volvo dealer in Bilbao, waar de oudste zoon ooit eens een band heeft laten plakken (slechts 17 euro). Afgelopen zomer, weer naar Spanje met de Volvo, was ie duurder uit: twee nieuwe banden in Parijs, a 270 euro! Daar heeft de nieuwe eigenaar een koopje aan. Dat is duidelijk.

Ergo:op 18 december 2007 was de APK datum, ofwel einde oefening. De Volvo heeft eerst twee weken voor de deur gestaan, een soort rouwverwerking, afscheid nemen, een openbare opbaring, zoiets.

Deal or no deal!?
Ik heb hem toen met een fotootje op Marktplaats gezet. Vraag
prijs van 550 euro. Kreeg ’s nachts al een SMS’je. Een handelaar in Rotterdam, waarschijnlijk voor de export. Die bood ongezien 300 euro. Wilde hem zsm komen halen. Dat ging me te makkelijk. Even afwachten nog. En terecht. Want er volgden meer biedingen. Veel voor de handel, export, dat is kennelijk een populair traject. Die auto’s gaan op de boot naar Afrika en rijden daar dan nog enige tijd rond, meestal niet lang. Beetje suf einde voor onze Volvo…

Toen belde iemand die wel wilde kijken. De man heeft al een witte Volvo 240, Polar uitvoering. Iets jonger, en daar mankeerde ook wel wat aan. Hij zocht een zelfde model, als donor-auto.

Hij kwam, met vrouw, op vrijdag 4 januari 2008. Na een proefrit gingen zij ervoor: voor 500 euro wilde hij hem wel mee hebben. Deal? Or no deal? Deal!

Ik heb er vrede mee, verstandelijk en gevoelsmatig.

Zo staat onze die ouwe rode Volvo nu ergens m
idden in het land, in een schuur in de natuur. Onze Volvo heeft met terugwerkende kracht een donorcodicil. En dus een zinvol tweede leven, na de afgekeurde APK.
Dat is een troostende gedachte.

Maar toen hij de laatste bocht nam aan het einde van de straat…

Tja… Sterk spul, hè...

-------

11.07.2007

You Tube, Me Tube, Everybody Tube

Ja, ik ben er ook aan: You Tube! Filmpjes delen met de hele wereld.
Fil
mpjes bewonderen van de hele wereld. Een wondere wereld, zou Chriet Titulaer zeggen, in zijn beste tijd. En een wereld waar de wonderen nog niet uit zijn, voeg ik er maar aan toe. Onlangs namelijk nog een wonder mogen beleven. Nou ja, wonder? Iets wonderlijks in elk geval. Lees door, en verwonder u zelf. Maanden geleden heb ik met mijn toen nieuwe telefoon een filmpje gemaakt van onze binnenhuis ‘dierentuin’. Een hartverwarmend tafereel waarbij onze kater Floris, staande op de harige flanken van onze teef Noah, haar liefdevol masseert, intens spinnend. Noah ondergaat het in stil genot. Kater Floris loopt naar de kop van haar ‘grote liefde’ en gaat vol overgave verder met liefkozingen. Noah laat die avances niet onbeantwoord en geeft net zo makkelijk kopjes terug. Met de kanttekening dat Noah’s kop net zo groot is als de hele kater Floris. Toch spreekt er liefde uit. Ook als Noah’s tong Floris in één lebber door de wasstraat haalt. Een aandoenlijk stel. Het cliché ‘leven als kat & hond’ krijgt een geheel nieuwe betekenis.Tot zover het filmscenario.

Enkele weken geleden kwam ik het filmpje tegen op mijn PC, ik had het kennelijk al ingeladen. Nu heb ik inmiddels een handig video bewerkingsprogramma en ik kon in no time het filmpje voorzien van een titel, aftiteling en als toepasselijke soundtrack: “when a man loves a woman” van de Soul Tiger Percy Sledge.

Ik heb deze gehele productie a 1 minuut 54 seconden op You Tube geplaatst, piece of cake! En vervolgens een linkje rondgemaild naar potentieel geïnteresseerden, zoals huisgenoten, familie, vrienden, bekenden... En ook aan – een tip van broer André – het Betty Asfaltcomplex, het media-tainment bedrijf van Paul Haenen (bekend van Margreet Dolman, Dominee Gremda e.d.). Volgens broer André is Margeet altijd op zoek naar mooi, warme, lief, bijzonder e.d.

Tot mijn verrassing kreeg ik al snel een mailtje terug met de vraag of het filmpje mag worden opgenomen op de nieuwste Margreet Dolman DVD (die binnenkort in de winkels ligt.) Zeer vereerd natuurlijk. Dus ingestemd. DVD gestuurd. En een dag later, vrijdag 19 oktober, belde Paul Haenen zelf. Hij – dat wil zeggen Margreet Dolman - wilde eigenlijk ook een interviewtje met de regisseur, dus ondergetekende. Maar het moest wel snel. ‘Over een uurtje?’ gaf ik bij wijze van grap een voorzet. “Is goed. Ik kom er aan!” zei hij, minstens zo snel schakelend als ik.

En zo stond ik wat later die middag op het perron van Station Gouda-Goverwelle Paul Haenen op te vangen. Hij stapte uit de stop/staptrein, cameratas om de schouders. Kon niet missen. Ik kende hem natuurlijk van tv, keek vaak naar zijn Margreet Dolman avonturen, zijn shows voor de VPRO tv. Valt niets tegen in het echt: een vitale 50-plusser. Bij ons thuis eerst een bak koffie gepresenteerd. Een beetje praten over koetjes en kalfjes, en honden en katten natuurlijk. Beide filmsterren waren aanwezig, lui gedrapeerd op vloer en bank. Geen sterallures, geen carriereplanning. Weten zij veel !

Ondertussen krijgen we via de radio mee dat Jan Wolkers net is overleden. Zo’n bericht komt toch wel aan, zeker bij kunstzinnige typen als Paul Haenen. En zelf heb ik ook een studie Nederlandse Taal- en Letterkunde op zak, en al gauw een meter Wolkers in de boekenkast. Wolkers, het icoon van onze vaderlandse literatuur, en van de kunst in bredere zin. We begrepen de betekenis van het moment , maar deden er luchtig over. Met de opmerking: 'Waar was jij toen Jan Wolkers overleed? In Gouda dus! Geïnterviewd door…Margreet Dolman.

Dat interview was een speciale ervaring. Zodra Paul zijn apparatuur in de aanslag had, en ik was voorzien van een draadloze microfoon, transformeerde Paul naadloos in Margreet, qua stem. Aparte gewaarwording. Margreet Dolman stelt de vragen, Paul hanteert de camera: een complete cameraploeg in één persoon. Wel zo handig.

Anderhalfuur laten zet ik de cameraploeg weer af op het station. Voorzien van – hoe kan het anders – een pakje originele Goudse Stroopwafels.

Waar blijft het wonder nu? Vraagt u zich af… Welnu. Die hele avond staat de TV bol van Jan Wolkers. Herinneringen, gedenkingen, citaten, oude filmpjes en ga zo voort. Eerbetoon. Ik doe er aan mee. En pak voor het naar bed gaan een willekeurig boek uit de meter Wolkers. Mijn hand valt op ‘De Junival’.

De Junival gaat over de relatie van de schrijver met zijn moeder en met zijn kat Voske. Op bed lees ik de eerste hoofdstukjes. Het zijn herinneringen, korte flashbacks. In hoofdstuk 5, beschrijft hij dan tot mijn verbijstering hoe hij met de kat Voske door de kamer danst, op muziek van Percy Sledge…: When a Man Loves A Woman. …. ?!

God's wegen - en die van Wolkers - zijn soms wonderbaarlijk. Junival, toeval, hoe toevallig kan het leven zijn… ?

p.s. Het filmpje is te zien (en te horen) via deze link: http://nl.youtube.com/watch?v=HZXZtuLdtt0


10.22.2007

Spiegelreflex

Te lang geleden natuurlijk, dat ik het laatste bericht hier plaatste. Het gebeurt je gewoon, ondanks je voorgenomen discipline en strengheid voor je zelf. Is er zomaar weer een half jaar verleden. Waarom gebeurt dat? Druk? Druk? Druk? Nou, valt wel Mee, Mee, Mee.

Ik bedoel, genoeg te doen, daar niet van. Maar er is best wel eens een uurtje vrij te maken, dat je anders eigenlijk toch maar ‘zinloos verkwist’. Bijvoorbeeld zo’n late-night-talkshow op de buis, waarmee je wordt sufgeluld. Lijkt grappig, soms zelfs inhoudelijk interessant, maar het is net als met een zak chips: je eet door tot die leeg is, en na afloop heb je spijt. En een opgeblazen gevoel.

Om maar niet te spreken van de uren die ik verlies met voetbal kijken. Nee, niet de hele zaterdagen die ik tijdens het seizoen langs de lijn doorbreng bij de wedstrijden van het superteam van mijn getalenteerde zoons. Ik bedoel: dat is nog te verdedigen als zo’n vader-zoon-ding, waardoor ze later niet kunnen zeggen, je was er nooit bij! Sterker nog: ik schop soms zelf nog een balletje mee, op zondagochtend of -middag. Kost je weer een paar uur… Daarbij moet ik bekennen dat ik dochterlief naar verhouding tekort doe, want ik sta niet langs de bak als zij haar paardrijkunsten beoefent. Krijg ik later vast wel een keer te horen, als het zo uitkomt. Gelijk heeft ze

Maar wat ik echt bedoel, is de tijd die verloren gaat met voetbal op TV. Waar je vroeger verlangend uitkeek naar die ene uitzending per jaar van Ajax of Feijenoord in de Europacup
- zo heette dat toen nog -, zo kijk ik nu juist uit naar die ene maand per jaar dat er géén voetbal op de buis is! “Je hoeft toch niet te kijken?” roept mijn zinnige partner dan, en terecht. "Er zit toch een knop op de TV.!? Tuurlijk." Maar op een of andere manier weet ik rond voetbaltijd, alleen hoe je die aan doet. Als hij al niet aan staat, vanwege de eveneens TV voetbal kijkende zoons. En dan heb je dat vader-zoon ding, als excuus.

Maar - lang verhaal in het kort -: ik zou moeten stoppen met voetbal op tv, want het gaat nergens meer over. Het kost tijd en ergernis, om niet te spreken van het geleuter eromheen. Elke teennagel blessure van iedere nauwelijks aan de pampers ontgroeide miljonair wordt uitvoerig geanalyseerd. Kappen! Niet nog meer woorden aan vuil maken.

(Al is het wel zo, dat het me nu aanzet tot deze blogpost… Tja, gek wordt een mens van dat soort overwegingen.)

En de kern zit nog dieper, bij mij. Als 50 plusser – daar is ie dan – ben ik ten prooi gevallen aan het besef dat de klok toch echt aftelt. Dat er steeds minder toekomst overblijft, voor de uitvoering van bestaande plannen en dromen, waar er bijna wekelijks ook wel een nieuw plan bijkomt.

Dat gevoel dus: steeds minder tijd, steeds meer te doen. Daarbij het knagende besef dat niet alleen de speeltijd terugloopt, maar ook je energielevel afvlakt . Sluipenderwijs tap je noodgedwongen uit een ander, steeds minder daadkrachtig vaatje. De olie wordt steeds duurder betaald… (Al heeft dat er weinig mee te maken...)

Wat - tot slot - helemaal verlammend werkt is de confrontatie met je zelf in de spiegel. De kop die je aankijkt, is elke dag ouder. De jonge vent, om maar te zwijgen van de jonge God die ik ooit was, is duidelijk ingetreden tot de laatste fase van zijn product-life-cycle. Hoewel de Uiterste HoudbaarHeids Datum een rekbaar begrip is, en nog jaren, decennia kan duren, komt ie toch steeds dichterbij . Dat één van mijn – overigens gewaardeerde - klanten een uitvaartverzorger is, maakt het er niet makkelijker op die gedachte ook wel eens een dagje niet te hebben...

En nog zoveel te doen, te willen. En toch maar TV kijken, uit mijn neus eten. Of doe het zelven, ook zo iets: klussen doen waarvoor ik niet ben opgeleid, en alleen daarom al er drie keer zo lang duren, dan nodig zou zijn. Klussen waarvan je je bovendien in alle redelijkheid moet afvragen: heb je dan echt niets beters te doen?! Lijmresten schrappen van een betonnen muurtje in de badkamer, om de spontaan loslatende tegels – net op tijd breukvrij verwijderd - er opnieuw tegen aan te plakken. Kost je zaterdag 3 uur voorbereiding. En zondag nog eens 4 uur werk! En dan maandag nog 1,5 uur voegen.

Zet het nut daarvan maar eens uit tegen de betekenis van van het heelal en de eeuwigheid?

Of minder zweverig: waarom doe ik in die 8 acht uur, een dag, niet iets zinnigs voor de samenleving? Voor de wereldvrede. Voor het milieu. Of voor een ander. Misschien kan ik iemand helpen die een tegelwandje wil hebben!? Ik moet niet gekker worden....

Terug naar die steeds oudere kop in de spiegel. En op - niet te vergeten, - foto’s. Zoals de foto die mijn bijna schoonzus maakte van mij en mijn twee broertjes – ik ben de oudste. Fraaie opname met een professionele digitale spiegelreflex, maar ik schrok me rot. Sterker nog. Mijn meekijkende partner toen zij , over mijn schouder, de foto keihard op het 22 inch beeldscherm zag openen, riep ontsteld uit: “Ben jij dat oude mannetje?!” Ze schrok er zelf van.
Point of no return. En ik hield met moeite een gemene return binnensmonds.

Want ze heeft gelijk: dat oude mannetje ben ik . Een gewaarwording die verlammend werkt. Ook elke keer dat ik mezelf in een spiegel voorbij zie lopen. Oude vent! Ik noem het een spiegel reflex. En dan voel ik meteen nog een spiegel reflex opkomen: gewoon alle spiegels in huis met harde hand deleten. Scherven brengen toch geluk? Waar is mijn hamer?

Hoewel. Dat kost ook weer tijd… Gek word ik van mij.

Schrale troost: het zal mijn tijd wel duren…

4.30.2007

Nieuwe buren, vroege vogels

Het is lente. We hebben nieuwe buren. Sterker nog. Er is een nieuw huis(je) naast onze eigen woning in gebruik genomen. Familie Mees is ingetrokken op Gandhiweg 98A (wij wonen zelf op 98). Nummer 98A, voor de duidelijkheid, is het vogelhuisje dat ik vorig jaar aan de boom heb geschroefd. Een cadeau wegens de aanschaf van een nieuwe keuken. De kwaliteit van het vogelhuisje is goed, in lijn met de kwaliteit van de keuken. Geen klagen dus.

Gandhiweg 98A heeft een jaar leeg gestaan, of beter gehangen. Ondanks het uitnodigende netje met nootjes; dit trok wel af en toe de aandacht van wat langskomende vogels, trekvogels. Maar huren? Ho maar. Tot een paar weken geleden. Op een ochtend ontwaarde ik wat vliegbewegingen, en inderdaad: er is serieus sprake van bewoning. Familie Mees heeft het momenteel bijzonder druk. Moeder en vader vliegen af en aan en brengen snaveltjes vol voedsel naar binnen, er moet een nestje zijn; de eitjes zijn gelukt.

De nestuitbreiding bij de buren is ook ontdekt door onze poezen. Ze tonen al dagen bovenmatige belangstelling voor het vogelhuisje. Ze gingen wat graag op kraamvisite. Ze posten onder aan de boom, kopjes afwachtend omhoog. Instinctief hopen, verwachtend dat de eerste vlieglessen van onze buurmeesjes misschien niet goed gaan, en een mals meesje als een hapklaar brokje uit de lucht komt vallen.

Laatst was de rode kater – de brutaalste van ons kattentrio – tot vlek onder het huisje gesprongen en/of geklauwd. Met vier pootjes de stam omklemmend, de nagels als ijspikkers in de boomschors. En daar hing ie dan. Kon nergens bij, niets uitrichten. En na een minuut of wat gaf hij zich over aan de zwaartekracht en plofte in het gras. De kat valt niet ver van de boom, bedacht ik, tikje opgelucht. De kleine pluisjes zijn veilig in het huisje. Geen poes kan er bij of in.

Moeder en vader Mees zijn ook alert. Bij het aanvliegen maken ze eerst een tussenlanding op de hoek van de droogmolen, of op het tuinscherm, en houden een uitvoerige risico-check. Pas als de verkeersleiding toestemming geeft vliegen ze binnen, soepel, perfect manoeuvrerend. Al met al een gezellig gebeuren, leven in de brouwerij, met onze nieuwe buren.

Ben trouwens benieuwd wat de familie Mees van ons vindt. Hoe kijken zij aan tegen die mensenfamilie op nummer 98. Vreemde vogels: vrouwtje, mannetje, kennelijk vier eieren uitgebroed. Waarvan er al twee, of toch bijna drie van de vogels zijn uitgevlogen.

Toch strijken ze nog regelmatig neer op het ouderlijk nest op nummer 98. Logeren in het weekend. Sporten. En uit met de vrienden. Gezond eten. Bijslapen. Nou ja, staan ze om zes uur ’s morgens samen in de tuin, veilig thuis na een ‘avondje’ doorstappen. Slaapdronken en lichtelijk aangeschoten, broederlijk te genieten van de opkomende zon.

Vroege vogels, die vervolgens tot diep in de middag hun nest induiken… Lente of niet…